De dierenpolitie: samen met de dierenartsen

Dit artikel is tevens gepubliceerd in het Tijdschrift voor Diergeneeskunde.

Coverfoto: Colijn van Noort

De meeste dierenartsen kennen de dierenpolitie van naam en sommige hebben er wel eens mee te maken gehad. Toch geven dierenartsen aan nauwelijks bekend te zijn met de werkwijze en de bereikbaarheid van deze professionals. Dat is jammer, aangezien beide partijen dezelfde doelen nastreven als het gaat om dierenwelzijn. Hoog tijd dus voor een nadere kennismaking.

TvD ging in gesprek met Britt van der Wielen (Dierenagent), Serge Smulders (Coördinator Dierenpolitie, Noord en Oost Gelderland) en Harmke Schrijver (Expertisecentrum Dierenwelzijn).

Dierenpolitie in het veld.(Serfelixx)

Wat doet de dierenpolitie?
De dierenpolitie is onderdeel van de ‘gewone’ politie; dierenagenten, formeel ‘taakaccenthouder voor de handhaving van dierenwelzijn’,  zijn volledig bevoegd voor alle onderdelen van het politiewerk. Hun belangrijkste taak is het opsporen en aanpakken van dierenmishandeling en -verwaarlozing. Daarnaast komen ze in actie bij overtredingen van wettelijke bepalingen, bedoeld om dierenwelzijn te waarborgen; zoals het Ingrepenbesluit of het Besluit dierenvervoer.
Zaken die niet door de dierenpolitie worden opgepakt zijn overtredingen van het verbod op seks met dieren. Ook bijtincidenten vallen in principe niet onder de verantwoordelijkheid van de dierenpolitie.

 Wie werken bij de dierenpolitie?
In 2011 gingen de eerste 125 dierenagenten op pad en momenteel zijn er ongeveer 180 actief. Deze dierenagenten hebben, naast de politieopleiding, de specialisatieopleiding ‘Opsporing en handhaving in het kader van dierenwelzijn’ aan de Nederlandse Politieacademie (NPA) gevolgd. De specialisatie duurt 8 dagen, verdeeld over 4 weken. “Tijdens de opleiding wordt onder andere aandacht besteed aan de wet- en regelgeving met betrekking tot dieren, herkennen van dierenleed, hoe je dieren in beslag kunt nemen en hoe te rapporteren over dierenmishandeling”, vertelt Van der Wielen.

De opleiding vormt een goede basis, maar het meeste leer je uiteindelijk in de praktijk.

Verder zijn binnen de politie het meldpunt 144 en het Expertisecentrum Dierenwelzijn ingericht. Het Expertisecentrum bestaat uit een team van vakspecialisten, dat ondersteuning biedt aan de centralisten van het meldpunt en aan de dierenagenten. Daarnaast vervult het centrum een centrale rol bij onderzoek naar (inter)nationale verbanden, bijvoorbeeld op het gebied van illegale dierenhandel, en een coördinerende rol bij opsporingsonderzoeken – zoals naar malafide hondenhandel of illegale veetransporten.

Hoe verhoudt de dierenpolitie zich ten opzichte van de Dierenbescherming, De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID)?
“In samenspraak met al deze partijen, politie, Openbaar Ministerie (OM) en het ministerie van Economische Zaken, is het ‘Convenant Samenwerking Dierenhandhaving’ opgesteld”, vertelt Schrijver. Hierin zijn duidelijke afspraken vastgelegd over taakafbakening, samenwerking en informatie-uitwisseling. De dierenpolitie houdt zich bezig met de opsporing en strafrechtelijke handhaving en vormt de eerste schakel bij noodhulp aan dieren. Indien er geen inzet nodig is, maar er wel aanleiding is voor advisering of begeleiding, vindt overdracht aan de Dierenbescherming plaats. Bij situaties die vragen om bestuursrechtelijke afhandeling worden de LID en de NVWA ingeschakeld, waarbij de NVWA zich primair richt op landbouwhuisdieren en de LID op gezelschapsdieren. Dit kan bijvoorbeeld inhouden dat dieren op kosten van de overtreder in bewaring blijven, totdat de oorzaak van de verwaarlozing (zoals een slechte stal) is weggenomen. Het OM is belast met de vervolging van strafrechtelijke zaken met betrekking tot dieren.

Hoe kan je de dierenpolitie bereiken?
Er is één landelijk meldpunt voor hulp aan dieren in nood: ‘144 Red een dier’. Dit nummer is 7 dagen per week, 24 uur per dag bereikbaar. Schrijver: “Gemiddeld komen er zo’n 9000 telefoontjes per maand binnen, variërend van oproep voor dieren(nood)hulp tot informatieverzoeken. De centralist bepaalt op basis van de verkregen informatie of actie noodzakelijk is en zo ja, welke instantie (Politie, NVWA, Dierenbescherming) moet worden ingeschakeld.  Meldingen met betrekking tot dierennoodhulp worden in eerste instantie door de politie opgevolgd. Gelijktijdig worden  de nodige hulpdiensten ingeschakeld, zoals brandweer of dierenambulance.
Een melding is niet anoniem, maar er wordt uiteraard vertrouwelijk met de gegevens omgegaan. Als mensen een misdrijf anoniem willen melden, dan kan dat bij Stichting M (Meld Misdaad Anoniem).”

Welke bevoegdheden heeft de dierenpolitie? En welke straffen staan er op dierenmishandeling?
Dierenagenten zijn politiemedewerkers en hebben dus alle daarbij behorende bevoegdheden. Zo kunnen ze bijvoorbeeld een dier in beslag nemen of een proces-verbaal opmaken. Wie een dier mishandelt of verwaarloost, riskeert een maximale geldboete van € 19.500 of een gevangenisstraf van maximaal 3 jaar. Ook kan een diereigenaar een (tijdelijk) verbod krijgen om dieren te houden.

Dierenartsen vinden het soms lastig om melding te maken vanwege de vertrouwensband met de eigenaar. Hoe gaat de dierenpolitie hiermee om?
Wanneer er precies sprake is van dierenmishandeling blijft een lastige discussie; het is aan de individuele dierenarts om per geval een afweging te maken. Er is geen aangifte- of meldplicht, wel zijn er richtlijnen vastgesteld in de ‘meldcode dierenmishandeling voor dierenartsen’. Hierin staat bijvoorbeeld dat een dierenarts de melding eerst kan voorleggen aan de eigenaar. Als wordt ingeschat dat de melding risico inhoudt voor de veiligheid van de dierenarts, het personeel of het dier (als de patiënt uit het zicht dreigt te raken door een breuk van de vertrouwensrelatie) kan de dierenarts ervoor kiezen melding te maken zonder overleg.
“Het is denk ik belangrijk om te realiseren dat de dierenpolitie er niet primair is om te straffen; ons doel is om dierenwelzijn te verbeteren. Daarbij kunnen we ook de mensen helpen”, zegt Van der Wielen. “Hiervoor kunnen we beroep doen op een netwerk van hulpverleners, variërend van jeugdzorg tot schuldsanering.” De dierenpolitie kiest vaker niet dan wel voor een strafrechtelijke oplossing. Een deskundigheidsverklaring van de dierenarts helpt de dierenpolitie een afweging te maken of strafrechtelijke benadering passend is, of dat het volstaat wanneer de wijkagent ‘een oogje in het zeil gaat houden.’

­­

Welke successen heeft de dierenpolitie geboekt?
Dierenleed gaat vaak gepaard met problematiek bij mensen; kattenverzamelaars die in erbarmelijke omstandigheden leven, een boer met een vieze stal en financiële problemen. “Het mooie is dat we dankzij een melding over dierenmishandeling ook de mensen kunnen helpen”, zegt Smulders. “Ik herinner me nog een huishouden waar we langs zijn gegaan, de dame in kwestie leefde met haar vierjarige zoontje, 5 katten en een hond onder één dak. Het huis was een grote puinhoop. Later belde de vrouw op om ons te bedanken, haar leven was nu zo veel beter. Soms komen mensen er zelf niet meer uit, en dan is het fijn dat wij ze een steun in de rug kunnen bieden.”

Samenwerking:
“Hoewel de dierenpolitie, zoals oorspronkelijk bedacht, nooit helemaal van de grond is gekomen, heeft de opzet wel veel positieve ontwikkelingen met zich meegebracht”, zegt Joost van Herten (Senior beleidsmedewerker KNMvD).”Zo is er een nationaal meldnummer dierenmishandeling ingesteld. Ook zijn er betere afspraken gemaakt tussen verschillende partijen zoals NVWA, LID en politie .
De dierenpolitie biedt volgens Joost zeker kansen, toch valt  er in praktijk nog veel te behalen. “Dierenartsen zijn terughoudend als het gaat om het invullen van een diergeneeskundige verklaring, deels vanwege de vertrouwensband met de klant. Ook is de huidige verklaring voor dierenartsen soms lastig om mee te werken. Dierenartsen kunnen namelijk alleen verklaren wat ze op basis van hun  veterinaire expertise zelf kunnen vaststellen. In samenwerking met het Expertisecentrum Dierenwelzijn wordt momenteel een eenduidige verklaring ontwikkeld.Als dierenarts besteed je tijd aan het invullen van een diergeneeskundige verklaring, dat is denk ik ook onze maatschappelijke verantwoordelijkheid, soms is echter onduidelijk wie de rekening betaalt.”
“Verder lijkt bij de LID en dierenpolitie de indruk te heersen, dat dierenartsen een soort forensisch artsen zijn. Dierenartsen hebben onderwijs gehad op het gebied van pathologie, toegespitst op het herkennen van ziekten, maar forensische diergeneeskunde is een vak apart. Sinds dit jaar is het een keuzevak in het curriculum en  wordt er nascholing op dit gebied georganiseerd.”
“Voor een goede samenwerking is het belangrijk om contacten aan te halen.” stelt Joost. We zien op regionaal niveau wel initiatieven ontstaan, maar dit zou nog meer kunnen gebeuren. Bijvoorbeeld door te investeren in overleg met dierenartsen, waarbij een dierenagent kan vertellen over zijn werk. Wellicht is het ook een idee om een register op te zetten, waar dierenartsen zich beschikbaar stellen voor het invullen van een diergeneeskundige verklaring.”

In welke opzicht is samenwerking met de dierenarts van belang?
“De dierenarts is als geen ander in staat om dierenmishandeling te herkennen. Daarbij blijkt dat dierenmishandeling ook gepaard kan gaan met andere vormen van huiselijk geweld”, zegt Smulders. “De dierenarts krijgt soms als enige een blik achter de schermen en kan een belangrijke rol spelen in vroege signalering en preventie.”
Verder kan de dierenpolitie, NVWA of LID een dierenarts verzoeken een diergeneeskundige verklaring in te vullen. “Hiermee ondersteunt de dierenarts het proces om maatregelen te treffen wanneer iemand een dier mishandelt of verwaarloost. Het gaat meestal niet om een eigen klant en staat los van meldingen die de dierenarts zelf kan doen”, legt Schrijver uit. Zij is belast met het opstellen van een eenduidige diergeneeskundige verklaring die voor alle partijen goed werkbaar is. “De verklaring moet zorgvuldig en berust op feiten worden ingevuld, omdat deze aan bepaalde eisen moet voldoen om als bewijslast te dienen. Hiervoor is de deskundigheid van een dierenarts nodig.”
Van der Wielen ervaart dat het lastig is om een dierenarts ter plaatse te krijgen of een diergeneeskundige verklaring af te laten leggen. Wellicht speelt ook mee dat dierenartsen onvoldoende bekend zijn met de dierenpolitie en de werkwijze. Zelf probeert ze zo veel mogelijk dierenklinieken in haar werkgebied te bezoeken. “Een goede verstandhouding is belangrijk. Door te bespreken wat je voor elkaar kunt betekenen ontstaat een betere samenwerking. Het verlaagt ook de drempel om melding te maken.” Smulders beaamt dit. “We willen meer investeren in ons netwerk, door bijvoorbeeld vaker bijeenkomsten te organiseren. Ook nodigen we dierenartsen uit om ons te benaderen met hun vragen. Als daar behoefte aan is komen we graag langs op de praktijk. We streven dezelfde doelen na en hebben elkaar nodig om deze te bereiken.”

­

 

Tessa

Wetenschapsjournalist en fotograaf. Maar ook: dierenarts, reislustig, natuurliefhebber, boekenwurm, steenbok en berggeit. Het liefst schrijf ik over biologie en (dier)geneeskundige onderwerpen, maar ik verdiep me ook graag in andere vakgebieden.